Print Send via e-mail/ GPS
Add to My Saved Items
Add to My Saved Items
Plan your route from | to | via this address.
Zelf bieden op historische groenteveiling
| 28-07-2008 Door Myra Prinsen Te midden van duizenden eilandjes in Noord-Holland verkochten de tuinders in 1887 hun kool en aardappelen voor het eerst via een doorvaarveiling. Op diezelfde plek wordt er nog steeds geveild, maar nu zijn het de toeristen die in het historische veilinggebouw bij afslag bieden. ![]() Het afmijnlokaal van de doorvaarveiling © Museum Broeker Veiling Die allereerste groenteveilingen waren overigens in de openlucht: de handelaren stonden aan de rand van de sloot, terwijl de tuinders met hun schuit vol koopwaar in het water dreven. Na enkele jaren kwam er een steiger en toen een overkapping; niet zozeer voor de mensen, maar vooral om de aardappels en de groenten te beschermen tegen regen, hagel en felle zon. Het houten afmijnlokaal met de antieke veilingklok dateert uit het begin van de 20e eeuw en is gebouwd in laat-jugendstil stijl. De bankjes voor de handelaren staan er nog net zo bij als destijds, en een aantal keren per dag nemen daar nu de museumbezoekers plaats om zelf te kunnen bieden op de aangeboden groenten. In Broek op Langedijk wordt bij afslag geveild: naarmate de veilingklok verder loopt, wordt de prijs lager. De grote bel in het torentje van het afmijnlokaal werd altijd bij het begin van de veiling geluid. Totdat ze aan de beurt waren om met hun groenten het afmijnlokaal in te varen, wachtten de tuinders met hun schuiten in de lighal. Deze enorme overdekte ligplaats bood ruimte aan zo’n 400 boten die beschutting zochten tegen de elementen. ![]() De moestuinen © Museum Broeker Veiling Museum op het waterDe tuinders maakten tot eind 1973 gebruik van de doorvaarveiling in Broek op Langedijk. Nu het complex z’n oorspronkelijke functie heeft verloren, is het ingericht als museum. De markante geel geverfde houten gebouwen, die op palen in het water staan, zijn Rijksmonument. Binnen wordt het verhaal verteld van de veiling en van het Rijk der 1000 Eilanden. Buiten liggen de ‘boetjes’ (schuren) van de oude ambachtslieden en de moestuinen met het koolveld, de bonenstokken, de boomgaard en de kruidentuin. Er zijn dit jaar voor het eerst ook ‘vergeten groenten’, zoals schorseneren en pastinaken, ingezaaid. Het museum heeft ’s zomers tal van evenementen waaronder palingroken op eikenhout , proeven van gerechten uit grootmoeders tijd, en een Lichtjesavond met een varende optocht van verlichte schuiten. Het complete activiteitenprogramma staat op de website van het museum. In 2009 wordt Museum Broeker Veiling uitgebreid met twee nieuwe gebouwen aan de overzijde van de weg, waar bezoekers op een interactieve manier aan de slag kunnen met de tuinderij of de groentehandel. ![]() Van de 15.000 eilandjes zijn er nog ruim 1.000 over © M. Prinsen Varen door het Rijk der 1000 EilandenEen paar honderd jaar geleden had de streek 15.000 eilandjes; allemaal gevormd door mensenhanden. Rond 1700 begonnen de boeren slootjes uit te graven in het veenmoeras. Met de bagger hoogden ze het overgebleven land op en zo ontstonden duizenden vruchtbare eilandjes. Ze verbouwden er allerlei koolsoorten en de oudere inwoners van de streek herinneren zich nog hoe het hier soms overal naar kool rook. Beroemd waren de eilandjes ook omdat ze elk jaar als eerste de nieuwe aardappels van de koude grond oogstten: dankzij het omliggende water vroor het er altijd iets minder dan elders waardoor men net wat eerder konden oogsten. De Langedijker Eerstelingen waren een begrip en haalden steevast het landelijke nieuws. Nu zijn er nog iets meer dan 1.000 van die eilandjes over. Een gedeelte is bebouwd met woningen en de rest is natuurmonument. Vanaf het terras van het museum vertrekt verschillende keren per dag een rondvaartboot voor een tocht door dit natuurgebied Oosterdel. Een deel van de eilandjes in natuurgebied Oosterdel wordt verhuurd aan particulieren, maar het is strikt verboden om er bouwwerken op te plaatsen. Andere eilandjes worden als vogelparadijs in stand gehouden. Zo is er op één van die eilandjes een paal met een nest neergezet, waar een torenvalk in is gaan wonen. Het oorspronkelijk 5.000 hectare grote eilandenrijk omvat nu nog slechts 100 hectare natuurgebied. Dit laatste stukje is tegenwoordig beschermd gebied; om de paar jaar worden alle sloten opnieuw uitgebaggerd om te voorkomen dat ze weer dichtslibben tot een veenmoeras. |



