Print Send via e-mail/ GPS
Add to My Saved Items
Add to My Saved Items
Plan your route from | to | via this address.
Theekoepels aan de Vecht: zien en gezien worden
| 11-08-2008 Door Myra Prinsen De theekoepels langs de Vecht bieden een perfect uitzicht op de voorbijvarende boten, en vice versa. Zien en gezien worden: daar waren ze in de gouden eeuw voor bedoeld. En sommige van deze follies lonken nog steeds naar voorbijgangers. Statige buitenhuizen, al dan niet met theekoepels in de tuin, sieren al bijna vier eeuwen de oevers van de Vecht. De eerste bewoners waren gefortuneerde kooplieden uit Amsterdam die er voor kozen om de zomermaanden langs deze rivier door te brengen. Ze streken vooral neer in het gebied tussen Oud-Zuilen en Vreeland. Voor de Amsterdammers was het een makkelijk te bereiken vakantiebestemming, want de Vecht was begin 17e eeuw de belangrijkste verkeersader tussen de hoofdstad en Utrecht. De Rijksstraatweg met de postkoetsverbinding bestond nog niet en voor vervoer richting Utrecht pakte men de trekschuit. Over het water was het vanuit Amsterdam slechts vijf tot zeven uur reizen naar het buitenhuis. ![]() Goudestein ©Myra Prinsen De koopman Jan Jacobszoon Huydecoper en zijn zoon Joan zetten de trend met Goudestein. Jan Jacobszoon kocht aan het begin van de 17e eeuw een boerderij in Maarssen, waarschijnlijk als geldbelegging. Joan bouwde die uit tot het allereerste buitenhuis in deze streek. Goudestein is bewaard gebleven en is nu het gemeentehuis van Maarssen. Het voormalige koetshuis biedt onderdak aan het Nederlands Drogisterijmuseum en aan het Museum Maarssen; dat is dus te bezichtigen. Als een projectontwikkelaar avant la lettre trok Joan Huydecoper andere Amsterdammers naar de streek. Hij verleidde familieleden en bekenden om soortgelijke huizen in de omgeving te bouwen. Steven de Clercq (voorzitter van de Stichting Venster op de Vecht) heeft zich verdiept in de geschiedenis van de buitens: “Het was hier een heel sociaal gebeuren. De mensen uit Amsterdam kenden elkaar en (geest)verwanten bouwden bij elkaar in de buurt. Zo had Maarssen gedurende een lange tijd een grote Joodse gemeenschap. In Utrecht mochten Joden wel handel drijven, maar niet wonen. Ze vestigden zich in Maarssen en hadden daar hun eigen voorzieningen. Er was bijvoorbeeld kosher voedsel te koop. Daarom was Maarssen ook aantrekkelijk voor Joodse kooplieden uit Amsterdam.” Een stukje terug, tussen Breukelen en Nieuwersluis, hadden vooral Doopsgezinde zijdehandelaars hun buitenhuis. Vandaar dat dit gebied de “Mennistenhemel” werd genoemd. ![]() Buitenhuis met bel etage ©Myra Prinsen Bel etageVolgens Steven de Clercq wisten de architecten aanvankelijk nog niet zo goed raad met die vrijstaande buitenhuizen: “Ze waren in Amsterdam gewend om rijtjeshuizen te bouwen; uiteraard zonder ramen in de zijmuren. Daarom zie je dat de oudste buitens aan de zijkant blinde muren hebben.” Zelf woont hij ook in één van die oudste buitenhuizen en hij wijst op plek waar de architect bij de bouw de open haard heeft aangebracht: tegen de zijmuur. Voor een stadshuis zou dat inderdaad logisch zijn geweest. Bij sommige huizen valt er aan de buitenkant van de panden nog iets op; namelijk dat de voorzijde een verdieping minder heeft dan de achterzijde. Aangezien de bewoners graag uitkeken op de rivier werd de voorzijde van het huis naar de Vecht gericht. Om goed zicht te kunnen bieden op alles wat er voorbij voer, lag de woonkamer bovendien een stukje hoger dan de andere verblijven op de begane grond. Deze “bel etage” is bij een aantal buitenhuizen goed te zien. De Amsterdamse kooplieden kochten als zomerverblijf ook kastelen rond de Vecht op die in de 17e eeuw hun strategische functie hadden verloren. Steven de Clercq noemt als voorbeeld Slot Zuylen (dat als museum te bezichtigen is) en Bolenstein in Maarssen. Anderen bouwden een ‘stadshuis buiten’, of deden zoals de Huydecopers en ontwikkelden hun buiten vanuit een boerderij. VervalEén ding hebben al die verschillende buitenhuizen met elkaar gemeen: de eigenaars hadden geen sterk binding met de grond. Het was voor hun een vakantieverblijf dat zelden langer dan één generatie in de familie bleef. Weliswaar hadden ze een stuk grond van 1 of 1,5 hectare maar het waren doorgaans geen landgoederen zoals de adel die had. In de hoogtijdagen telde de Vechtstreek zo’n 300 buitenplaatsen, aldus Steven de Clercq. Vanaf de 19e eeuw trad door economische omstandigheden het verval in. Wanneer de eigenaren het onderhoud niet meer konden bekostigen, sneuvelden follies zoals de theekoepels het eerste. Daardoor zijn er in de loop van de tijd veel verdwenen. Zo’n 40 theekoepels bleven door de eeuwen heen overeind. Aangezien het om particulier bezit gaat, kunnen de theekoepels doorgaans niet van binnen worden bezichtigd. Maar meestal zijn ze wel van heel nabij te aanschouwen, omdat ze aan het water of aan de weg liggen. Een authentiek theekoepeltje is ook van dichtbij te zien in de tuin van het gemeentehuis in Loenen. Trompenburg![]() Over Trompenburg in ’s Graveland zijn de meningen verdeeld: wel of geen theekoepel? Dit rijkelijk gedecoreerde 17e eeuwse buitenhuis van de zeeheld Cornelis Tromp is in het water gebouwd. Sinds het enkele jaren geleden in bruikleen werd gegeven aan het Rijksmuseum worden er ’s zomers op enkele data rondleidingen gegeven. Ook zijn er soms concerten en recitals. ![]() ©Rederij Noord-West SpelevarenSpelevaren op de Vecht is een aangenaam tijdverdrijf voor een luie zonnige middag. Van een druk handelstraject is deze rivier sinds de gouden eeuw veranderd in een recreatieroute die door plezierboten in allerlei soorten en maten wordt bevaren. Rederij Noord-West biedt een drie tot drieënhalf uur durende rondvaart aan. De boot vertrekt vanuit Loosdrecht, vaart via de Mijndense sluis de Vecht op (die ongeveer één meter hoger ligt), en gaat – afhankelijk van de tijd – meestal tot voorbij Nijenrode. Uiteraard wordt er onderweg uitleg gegeven over de bouwwerken op de oevers. Op de terugweg maakt de schipper nog een rondje over de Loosdrechtse plassen, die zijn ontstaan door het steken van veen voor de turfwinning. De Vechtstreek verkennen kan ook actiever; bijvoorbeeld te voet of op de fiets. Op de oostelijke rivieroever is er, pal langs het water, een weg van Maarssen tot Nieuwersluis. Daarna kunnen wandelaars en fietsers nog tot Loenen verdergaan over het voormalige jaagpad. Dat is vele eeuwen geleden aangelegd voor de paarden en de mensen die schuiten voorttrokken als er weinig wind was. Praktische adressenGoudestein (Museum Maarssen en Drogisterijmuseum) Diependaalsedijk 19 3601 GH Maarssen Tel. 0346-554440 / 0346-555253 Gemeentehuis Loenen Molendijk 34 3632 EN Loenen a/d Vecht Slot Zuylen Tournooiveld 1 3611 AS Oud-Zuilen Tel. 030 2440255 Trompenburg Zuidereinde 43 1243 KK ’s Graveland Tel. 020-6747000 Rederij Noord-West Oud-Loosdrechtsedijk 165 1231 LV Loosdrecht Tel. 035-5822622 Via deze website is ook het informatieve boek Theekoepels & Theehuizen in de Vechtstreek van Wim Meulenkamp te bestellen |




